Naast de gemeenschappelijke ruimte heeft ieder zijn eigen woning. © Bas Bogaerts
"We kunnen eten!" De stem van Veerle, een kwieke vijftigster met poncho, overstemt nauwelijks het lawaai van de joelende bende. Een reactie blijft niet uit. Uit alle hoeken komen ze gelopen, de jongste inwoners van het cohousingproject in Vinderhoute. Slalommend tussen speelgoed, op hun kousevoeten, kruipen ze op de dichtsbijzijnde stoel aan de lange tafels, met kleurrijke borden gedekt in het paviljoen. Op het menu: witloofrolletjes met hesp en stoemp.
"Cohousing lijkt soms meer op een cokribbe", lacht Gust Van Hecke (27), een van de initiatiefnemers. "Door onze locatie, een groene zone bij Gent, zijn heel wat jonge gezinnen mee op de wagen gesprongen." Cohousing, of groepswonen, is al langer vanuit Denemarken overgewaaid naar onder meer Duitsland en Nederland. Waar bouwgrond duur wordt en aparte woningen te veel ruimte opslorpen, zoals in Vlaanderen, biedt groepswonen een alternatief.
Terwijl dochter Laura (2) de zwaartekracht tart vanop zijn knie, vertelt Federico Bisschop over zijn vzw Cohousingplatform. "In België bestaan al wel centrale woonprojecten, maar cohousing gaat nòg een stapje verder. Iedereen heeft een aparte woning, uitgerust met keuken en badkamer, maar daarnaast is er ook een gemeenschappelijke ruimte", vertelt Federico.
Hoe dat gemeenschappelijke paviljoen eruit ziet, beslist de groep. "Hier in Vinderhoute hebben we een werkatelier, wasplaats, bureauruimte, keuken, eetzaal, kinderspeelkamer, lounge en een sauna", somt Eef Thange (27) op. Eef en Gust woonden jarenlang in een van de arbeidershuisjes van de Gentse 'Rode cité'. "Wij houden van het sociale aspect van wonen. Tegelijk heb je ook de garantie op privacy: als je zin hebt om alleen te zijn, kan dat perfect", vertelt Gust.
Cohousing probeert een antwoord te bieden op een aantal maatschappelijke problemen. "Mensen beseffen vaak niet hoe eenzaam ze zijn. Ze hebben wel vrienden, maar in praktijk zien ze die nauwelijks", vertelt Federico. "Uit onderzoek blijkt dat gezinnen in cohousing minder scheiden. Dat komt, denk ik, door de matigende werking van een groep: als je met problemen zit, kan je terecht bij je buren."
Op de rood aangeslagen gezichten rond de tafel ("nog een glaasje wijn?"), valt maar weinig stress af te lezen. "We hebben een beurtrol voor het koken, althans één keer per week. Na een lange werkdag, hoef je alleen je voeten onder tafel te schuiven", vertelt Eef. "Voor elkaar zorgen, dat is de bedoeling."
Passief
Met passief- en laagenergiewoningen mikken de 'cohousers' ook op ecologische duurzaamheid. "Maar we hebben van in het begin beslist om niet extreem te doen. Geen vegetariërs of biobouw: cohousing is al extreem genoeg", lacht Federico.' Toch houdt het cliché dat alleen hippies aan cohousing doen, houdt hardnekkig stand. "Ik word vaak bekeken als een lid van een commune. 'Pas op dat ze niet met je vrouw gaan lopen', schertsen ze dan. Nu ja, ze draaien meteen bij."
Ook Eef en Gust gingen met een wrang voorgevoel naar hun eerste infoavond. "Onterecht, want er was geen sprake van zweverig gedoe. We kregen een powerpointvoorstelling met een financieel en juridisch plaatje dat klopt", vertelt Gust. "Wij zijn misschien idealisten, maar ook pragmatisten. Een beetje à la Herman Van Rompuy", lacht Gust.
Opvallend: het zijn voornamelijk jonge, hoogopgeleide tweeverdieners die hier keuvelen over een "gezonde mix" van leeftijden, inkomens en gezinstypes. "Klopt. Dat komt natuurlijk door het prijskaartje, die niet verschilt van een andere nieuwbouw", vertelt Frederic.
Eef: "Sommigen haken ook af door de lange realisatieperiode, bij ons vijf jaar. Probeer Eandis maar eens uit te leggen dat je een gemeenschappelijke aansluiting wil voor zeventien huizen." Gust: "Of een woonlening bij de bank. 'Bouwen jullie een recreatiedomein?' Euh neen, maar voor hen zijn we blijkbaar een soort Center Parcs."
Bron: http://www.demorgen.be/dm/nl/2907/Magazine/article/detail/1384210/2012/01/23/Cohousing-steeds-populairder.dhtml
Geen opmerkingen:
Een reactie posten